Eerst het bordje van de ander leegeten De tegenstander het werk laten opknappen en zo energie sparen
Bonificatie Extra beloning in punten of tijdvermindering, toegekend aan de eersten bij de aankomst.
Gangmaker renner die voor zijn kopman rijdt om hem op gang te brengen in de sprint en de luchtweerstand voor hem te vermindert
Goede benen hebben In goede vorm verkeren.
Hongerklop Plotselinge uitputting door tekort aan koolhydraten.
Lead-out Sprint voorbereiden door één of meerdere renners, die dit voor hun sprinter uitvoeren.
Linkeballen Tactisch manoeuvreren aan het eind van een koers, dat wil zeggen: weinig kopwerk doen.
Met een neuslengte (of wieldikte) verschil winnen
Winnen met een klein verschil.
Pap in de benen hebben In slechte vorm verkeren.
Er een snok aan geven Een laatste krachtexplosie.
Een ander het snot voor de ogen rijden Hem afpeigeren en zo goed als eraf fietsen.
Spurtbom Begenadigde spurter met explosieve, krachtige stijl.
Hij zit in een zetel Hij zit in een zeer voordelige positie als de sprint begint.
Grinta Hardnekkigheid, verbetenheid.
Het rode vod (la flamme rouge) de boog of spandoek die de laatste kilometer aanduidt. Van oudsher was dit een rode driehoekige vlag.
Sprinttrein Een aantal ploeggenoten achter elkaar aan kop van het peloton die het tempo hoog houden zodat er niemand meer kan ontsnappen.
De koers hard maken Groepsgewijs een hoog tempo rijden, waardoor ontsnappingen worden bemoeilijkt
De deur dichtdoen Bij een sprint van de eigen lijn afwijken en daardoor de tegenstander de pas afsnijden.
De sprint aantrekken Op ruime afstand van de streep zo hard mogelijk rijden zodat de kopman in een ideale positie kan beginnen met sprinten.
Meesterknecht Ploeggenoot die veel werk verzet voor zijn kopman; ook wel adjudant of wegkapitein genoemd.